Circulair bouwen: de toekomst van duurzame constructie in Nederland

De bouwsector in Nederland staat voor een cruciale verandering. Het traditionele, lineaire model – grondstoffen winnen, producten maken, gebruiken en weggooien – is niet langer houdbaar door de grote impact op het milieu. Circulair bouwen biedt een oplossing: een systeem waarin materialen en grondstoffen hun waarde behouden. Dit is geen trend, maar een noodzakelijke verandering voor de toekomst van de bouw en onze planeet.

Wat is circulair bouwen?

Circulair bouwen overstijgt recyclen; het is een fundamenteel andere manier van denken over het ontwerpen, bouwen, gebruiken en ontmantelen van gebouwen. Het doel is om materiaalkringlopen te sluiten, de levensduur van materialen te maximaliseren en afval te minimaliseren. Materialen worden niet langer gezien als afval, maar als waardevolle grondstoffen.

De principes van circulair bouwen

Hergebruik staat centraal. Denk aan het demonteren van een oud gebouw en het direct hergebruiken van materialen, zoals balken en kozijnen, in een nieuw project. Of denk aan het ontwerpen van flexibele gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan veranderende behoeften. De DGBC benadrukt het voorkomen van uitputting van natuurlijke hulpbronnen en het beschermen van het milieu.

De ‘ladder van circulariteit’ in de praktijk

De circulaire economie hanteert een ‘ladder van circulariteit’ die de optimale volgorde van omgaan met materialen weergeeft. Deze ladder ziet er als volgt uit:

  • Weigeren en heroverwegen: Minder consumeren en slimmer ontwerpen, waardoor minder materiaal nodig is.
  • Verminderen: Efficiënter gebruikmaken van materialen.
  • Hergebruiken: Producten of onderdelen in hun geheel opnieuw gebruiken.
  • Repareren: Producten repareren en onderhouden om hun levensduur te verlengen.
  • Opknappen: Producten opknappen en moderniseren.
  • Herfabriceren: Van oude producten nieuwe maken met dezelfde functie.
  • Herbestemmen: Producten een andere functie geven.
  • Recyclen: Materialen verwerken tot nieuwe grondstoffen.
  • Energetische terugwinning: Energie halen uit materialen die niet meer herbruikbaar of recyclebaar zijn.

Een voorbeeld: een kantoorpand wordt niet gesloopt, maar gerenoveerd en krijgt een nieuwe functie. Dit staat hoger op de ladder dan slopen en recyclen van de materialen. Amsterdam past dit principe toe in haar circulaire beleid.

Nederland circulair in 2050

De Nederlandse overheid heeft de ambitie om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. De bouwsector, als grootverbruiker van grondstoffen en producent van afval, speelt hierin een cruciale rol. TNO ondersteunt deze transitie met modellen en tools, zoals het BoB-model (Bouwmaterialen in Beeld), dat inzicht geeft in de beschikbaarheid van bouwmaterialen.

Meetbaarheid en transparantie

De Residual Value Calculator (RVC) is een ander belangrijk hulpmiddel. Deze berekent de restwaarde van bouwmaterialen, waardoor hergebruik gestimuleerd wordt doordat het financiële voordeel zichtbaar wordt.

Platform CB’23: Samenwerking

Duidelijke afspraken zijn essentieel om de overgang naar circulair bouwen te versnellen. Platform CB’23 heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Dit platform ontwikkelde een gemeenschappelijke taal, het ‘Lexicon Circulaire Bouw’, en richtlijnen voor het meten van circulariteit. Ook introduceerden ze ‘materialenpaspoorten’.

Materialenpaspoorten

Materialenpaspoorten, of ‘paspoorten voor de bouwsector’, bevatten gedetailleerde informatie over de materialen die in een gebouw zijn gebruikt, inclusief herkomst, samenstelling en demontagemogelijkheden. Deze informatie is cruciaal voor toekomstig hergebruik en recycling, en maakt het mogelijk om de waarde van materialen in de loop van de tijd te volgen.

Innovatie in de praktijk

De transitie naar circulair bouwen komt tot leven door innovatieve projecten en samenwerkingen.

Sloopbedrijven en architecten

Het project ‘Intrinsiek Circulair’ is een uitstekend voorbeeld. Hier werken sloopbedrijven en architecten direct samen om materialen uit sloopobjecten te hergebruiken in nieuwe ontwerpen. De TU Delft is hier nauw bij betrokken en ontwikkelt drie modellen: een informatiemodel (voor het in kaart brengen van materialen), een ontwerpmodel (voor het ontwerpen met herbruikbare materialen) en een milieu-impactmodel (om de milieuvoordelen van hergebruik te berekenen). Het doel is om hergebruikpercentages tot wel 95% te bereiken.

Het Nieuwe Normaal

Het Nieuwe Normaal (HNN) is een raamwerk dat, voortbouwend op het werk van Platform CB’23, circulaire constructie in Nederland standaardiseert. Het biedt een gemeenschappelijke taal en is toepasbaar op allerlei bouwprojecten: Gebouwen, Infrastructuur en Gebiedsontwikkeling. De 1.0 versie is in 2023 gelanceerd. Dit maakt het eenvoudiger om circulair bouwen in de praktijk te implementeren.

Uitdagingen en oplossingen

Ondanks de groeiende belangstelling voor circulair bouwen, zijn er nog uitdagingen. Een van de belangrijkste is het samenbrengen van vraag en aanbod van herbruikbare materialen.

Vraag en aanbod

Een uitdaging is dat het aanbod van materialen uit sloop niet altijd aansluit op de vraag in de bouw. Zo kan er bijvoorbeeld een overschot zijn aan bakstenen, terwijl er een tekort is aan specifiek hout. Ook zijn er nog vragen rondom de kwaliteit en certificering van tweedehands materialen. De NOS berichtte over de toename van duurzaam slopen, maar ook over deze uitdaging.

De Materialen Expeditie

Grote bouwbedrijven zoals BAM, Dura Vermeer en VolkerWessels hebben onderzoek gedaan naar de praktijk van hergebruik. Hun conclusie: hergebruik staat nog in de kinderschoenen. Ze pleiten voor een centraal platform voor vraag en aanbod van herbruikbare materialen en adviseren om te beginnen met ‘eenvoudige’ producten, zoals houten balken of kozijnen, om ervaring op te doen.

Circulaire renovatie

Ook in de renovatie liggen kansen. De TU Eindhoven onderzoekt hoe oude schoolgebouwen circulair gerenoveerd kunnen worden. Dit omvat het gebruik van bio-based materialen, hergebruik van bestaande materialen en het ontwerpen van gebouwen die flexibel en aanpasbaar zijn.

Kennisdeling

De HBO Kennisbank toont het belang van kennisdeling, met veel onderzoeken over circulair bouwen.

De toekomst is circulair

De overgang naar een circulaire bouweconomie is een complex proces dat samenwerking vereist tussen overheden, bouwbedrijven, architecten, slopers, kennisinstellingen en burgers. Het Transitieteam Circulaire Bouweconomie (TCCB) speelt hierin een cruciale rol door roadmaps te ontwikkelen voor specifieke producten en experts samen te brengen. De toekomst van de bouw is circulair, en Nederland is vastbesloten om hierin voorop te lopen. We kunnen de bouwsector transformeren en een duurzame toekomst creëren door samen te werken, te innoveren, en kennis te delen. Wilt u bijdragen aan deze transitie? Begin dan met het onderzoeken van de mogelijkheden voor hergebruik in uw eigen projecten, sluit u aan bij relevante netwerken en deel uw kennis en ervaringen.

Aanbevolen artikelen